FOTO’S DOOR SALVI DANÉS
Zoals bijna alle bewoners van het dorp Los Albaricoques speelde José Ruiz een Mexicaan in Sergio Leone’s For a Few Dollars More.
Videos by VICE
Jaren geleden werkte Diego Rodríguez als gevierd stuntman voor Almería Film Studios, alias Fort Bravo, alias Texas-Hollywood. De omringende, stoffige Spaanse provincie Andalusië fungeerde veelvuldig als plaatsvervanger voor Texas, Mexico en de vele naamloze dorpen bewoond door pistolenvechters. Meer dan 600 spaghettiwesterns zijn hier opgenomen, zodat deze Zuid-Spaanse regio transformeerde in een karikatuur van het Wilde Westen zoals Italiaanse regisseurs het voor zich zagen.
“In 1984 zat ik in Rustlers’ Rhapsody met Fernando Rey,” herinnert Diego zich over zijn hoogtijdagen. “En in ‘81 heb ik Conan the Barbarian met Schwarzenegger gedaan. Weet je nog dat hij die kameel een klap gaf? Weet je waarom die kameel op de grond viel? Ze hadden hem volgespoten met een kalmeringsmiddel. Films zijn één grote illusie, man. Ik ben 52 en ik kan hem niet eens omhoog krijgen. Denk je nou echt dat ik paard kan rijden? Ik was vroeger stuntman. Ik heb in 2000 Queen of Swords gedaan met David Carradine. Ik ving er 30.000 euro voor. Je ziet me niet, maar ik zit er wel degelijk in.”
Diego is tot op de dag van vandaag in dienst bij Fort Bravo, maar in plaats van mensen zogenaamd neerschieten en op een paard stunts uitvoeren die het lot tarten, staat hij te dweilen. Als conciërge zorgt hij voor de twee overgebleven sets van Fort Bravo: ‘Texas’ en ‘Mexico’. Hoewel ze in verval zijn, worden ze soms nog steeds gebruikt waarvoor ze bedoeld zijn. Blueberry, een Franse film uit 2004, is hier opgenomen, net als een aankomende uitzending van Doctor Who. Toch dient Fort Bravo vooral als middelmatige attractie voor toeristen. De voormalige ruige, wetteloze sfeer van een uitgestrekt grensgebied is vervangen door vakantiehuisjes, een zwembad en een congrescentrum. Iedere zaterdag wordt er een buslading bejaarden binnengerold om de Wild West Show te bekijken, die afwisselend gaat over een bankoverval en een vechtpartij in de saloon. De lokale sheriff is de Frans-Guyaanse Ibrahim, beveiligingsbeambte van Fort Bravo, die toepasselijk genoeg een winkel heeft geopend in de gevangenis. De saloon dient uiteraard als het hoofdkwartier van Fort Bravo. Vanuit hier schalt een compilatie van Ennio Morricone’s grootste hits door de over het dorp verspreide speaker.
Elke zaterdag doen acteurs een bankoverval na in Fort Bravo’s schilderachtige hoofdstraat.
Buiten het toeristenseizoen is de ticketprijs inclusief een blikje fris en een ritje met de huifkar, bestuurd door Rafael Aparicio García. Rafael is een zigeuner die het filmvirus heeft opgelopen en die, zoals iedereen in dit deel van de wereld, houdt van opscheppen.
“Ik ben hier sinds ‘92. Ik doe een beetje van alles: onderhoud, films, muziekvideo’s en reclames,” zegt hij. “Als er budget voor is doen we stunts, zoals van een paard vallen, uit ramen springen… Hé, ik zat in Dollar for the Dead met Emilio Estevez!”
Fort Bravo is niet het enige dorpje dat lijkt te zijn overgeplant van Noord-Amerika naar Spanje. Slechts een paar kilometer verderop ligt Fraile, een replica van El Paso in Texas. Net als Fort Bravo werd Fraile door gebrek aan werk noodgedwongen omgebouwd tot attractiepark, bekend onder de naam Mini Hollywood. Diego García doet de choreografie voor de Wild West Show in het dorp en herinnert zich de tijd dat de hele regio een bloeiende buitenpost van de entertainmentindustrie was nog goed.
“Toen ik nog een kind was, werkte heel Almería in de filmindustrie,” zegt hij. “Ik begon met paarden, wat leidde tot het doen van stunts. In één film speelde ik de good guy, de bad guy, een ritselaar, een Mexicaan en een soldaat. Ik weet niet hoeveel films ik heb gedaan. Het is net als iemand vragen met hoeveel vrouwen hij naar bed is geweest. Je vergeet er altijd één.”
De populariteit van Almería als locatie voor westerns is voor een groot deel te danken aan de nabijgelegen Tabernaswoestijn. Het gebied beslaat bijna 2,5 vierkante kilometer en lijkt qua klimaat en landschap erg op het westen van Amerika. De eerste producent die potentie zag in de regio was Michael Carreras, die hier begin jaren ‘60 Tierra Brutal opnam (hoewel sommigen beweren dat Joaquin Romero Marchent hier eerder was met El Sabor de la Venganza). In ieder geval begon de bloei pas echt goed toen Sergio Leone arriveerde, lokaal bekend als de Notenkraker, door zijn gewoonte eindeloos zijn handen tegen elkaar te drukken en weer van elkaar te halen wanneer hij werkte. Hij vond dat als Hollywood films over Romeinen kon maken, Italianen ook prima films konden maken over schietlustige cowboys. Hoewel sommige scènes uit A Fisful of Dollars uit 1964 in de regio werden opgenomen, buitte Leone het voordeel van Almería en omstreken niet volledig uit. Dit gebeurde pas het jaar erna, toen de productie van de tweede film in de Dollars-trilogie, For a Few Dollars More, van start ging. De films gelden nog steeds als één van de beste werken van Clint Eastwood.
Leone’s assistent-regisseur Tonino Valerii bezocht Almería eerst tijdens zijn huwelijksreis. Hij besteedde een groot deel van zijn romantische vakantie aan het zoeken naar locaties rond de goudmijn bij Rodalquilar, de belangrijkste inkomstenbron van Los Albaricoques, een gehucht in de provincie Níjar. Toen Tonio Los
Albaricoques bezocht zag hij een dorp vol mooie, witgeschilderde huizen dat makkelijk door kon gaan voor het Mexico van 1870. José Ruíz, 81, vertelde dat het hele dorp aan de film werkte, wat hele generaties dorpelingen een familiealbum vol geweld bezorgde.
“De mijn sloot in ‘66 en veel mensen trokken weg,” zegt José. “Maar degenen die achterbleven werkten aan de films. Het werk in de mijn was zwaar en gevaarlijk. Mensen werden ziek, veel kregen longziekten. In één jaar begroef mijn oma mijn vader, mijn oom Pepe, mijn oom Antonio en haar schoonzoon. In 1936 en 1937 waren alle vrouwen hier weduwe. We zagen ze nooit meer in het wit lopen.”
José Novo, alias Pepe Fonda, verdient zijn boterham als acteur en stuntman in Fort Bravo, en beweert de buitenechtelijke zoon van Henry Fonda te zijn.
De nieuwgevormde Almeríaanse filmindustrie kreeg in 1964 een impuls van de dictatoriale regering van Francisco Franco, toen de wet van kracht ging die het produceren van films in de regio aanmoedigde. King of Kings, Lawrence of Arabia, Cleopatra, Travels with My Aunt, The Wind and The Lion en Never Say Never Again zijn allemaal hier opgenomen voordat Hollywood zijn interesse in Almería verloor. Een deel van de aantrekkingskracht kwam voort uit het feit dat filmploegen in Spanje vrijwel alles konden doen wat ze wilden. Leone ging zelfs zo ver dat hij een berg opblies met dynamiet om een middenin de woestijn functionerende treinrails aan te leggen. Voor de klassieker Patton van Franklin J. Shaffner uit 1970 verhuurde het Spaanse leger de diensten van een complete compagnie soldaten aan 20th Century Fox. De oudste werknemers van het Grand Hotel herinneren zich de stuntmannen nog die zichzelf van de balkons op de eerste verdieping gooiden en hun neus braken op de mozaïektegels van het zwembad.
Tegenwoordig dragen de stuntmannen van Fort Bravo nog steeds Stetsons op hun hoofd en revolvers op hun dijen. Pepe, die in Tabernas woont, begon 25 jaar geleden als figurant in Fort Bravo en verdient zijn geld nu als stuntman in de shows voor toeristen. Hij komt aan op onze afspraak met een groen mapje waar onscherpe screenshots van Once Upon a Time in the West en knipsels van een oud persbericht uitpuilen.
“Ik was 13 of 14,” zegt hij, “en mijn moeder zei dat we naar de bioscoop gingen en dat ik daar mijn vader zou zien. Ik keek rond, staarde iedereen aan—de pindaverkoper, de zaalwachter, een man op een motorfiets—en mijn moeder zei niks. De film was Once Upon a Time in the West en in de scène waar Henry Fonda’s bende de ranch inneemt en het kind neerschiet, kijkt ze naar me en zegt ze: “Dat is hem. Dat is je vader.”
Jarenlang maakten toeristen die Almería bezochten opmerkingen over de gelijkenis tussen de Spaanse tiener en de Hollywoodster. Het duurde niet lang voordat Pepe besloot zijn eigen persoonlijkheid aan te passen aan die van het karakter dat Fonda in de film speelt. De slordige baard, de gekwelde blik en het zenuwtrekje bij zijn mondhoek: het is allemaal aanwezig. Het enige dat niet aansluit is dat Pepe een jaar of zes zou zijn geweest toen Once Upon a Time werd opgenomen. “Ja, mijn moeder had me verteld dat Henry Fonda hier al eens was geweest. Misschien was hij op vakantie,” beweert Pepe. Kun je het een bewoner van een kunstmatig westerndorpje kwalijk nemen dat hij de neiging heeft een mythe in stand te houden?
Diego García is de choreograaf van de Wild West Show in Fraile, een stadje gebouwd als replica van El Paso, waar vuurgevechten voor toeristen worden nagebootst.
Fort Bravo ziet eruit als een spookstad, maar het is nog steeds een gebruikte filmset. Vooral voor films en shows waar een spookstad voor nodig is.
Vandaag de dag hebben mythen misschien wel de voorkeur boven feiten. De regio Andalusië is niet langer een populaire bestemming voor filmmakers en geld is schaars. Toen ik Western Leone bezocht, weer een ander uitgewoond nepdorp dat ooit gebruikt werd als filmset, vroeg iedereen met wie ik wilde praten om geld.
Pepe geeft de schuld aan randfiguren die op de set willen werken voor zo goed als niets: “De eigenaren van de filmsets profiteren van junks en het feit dat er geen ander werk is. Als gevolg hiervan werken ze voor een paar grijpstuivers. Ooit kwam er op een casting een zigeuner naar me toe die me recht in mijn gezicht zei: “Pepe, ga naar huis, deze is van mij.” De zigeuners zijn het ergst. Stop er één in een film en er komen er honderd opdagen. Ik heb zigeunervrouwen gezien die emmers vulden met broodjes van de cateringtafel. En wanneer het dan eindelijk tijd is voor de opnames zijn ze in geen velden of wegen te bekennen.”
Ook al beweert Luis Beltrán, de hoofdstuntman in For a Few Dollars More, dat hij op de set twee keer in zijn maag gestoken is door zigeuners, zegt Raphael García dat de lokale bevolking overdrijft over de impact van dit soort mensen op de industrie.
“Als er geen werk is, is dat omdat de productie verplaatst is naar Ouarzazate in Marokko, waar figuranten werken voor een loon van niet meer dan zes euro per dag.”
De nostalgie over de goede oude tijd maakt soms rare sprongen. Leraar Manuel Hernández wandelt in zijn vrije tijd rond in Los Albaricoques en maakt nepkogelgaten in locaties die voorbijkwamen in de belangrijkste vuurgevechten van For a Few Dollars More. Hij is ook de eigenaar van Hostal Rural Alba. Behalve een eigen wijnmerk—met Clint Eastwood op het etiket—heeft het hotel ook een muurschildering van de beroemde scène met het zakhorloge: de laatste ontmoeting tussen Eastwood, Lee Van Cleef en Gian Maria Volonté.
Manuel is vastbesloten om de rijkdommen van het dorp in ere te herstellen en is er zelfs in geslaagd om enkele lokale straatnamen te hernoemen naar de filmische geschiedenis van de streek: Agual Calientes (het dorp in de film), Ennio Morricone, Clint Eastwood, Lee Van Cleef en Sergio Leone komen tegenwoordig allemaal voor als de weg gewezen wordt. Toen dit idee voorgesteld werd wilden de buren in eerste instantie niet dat hun dorp zou veranderen in een eerbetoon aan Leone, maar de bewoners draaiden bij toen Manuel begon met het regelmatig vertonen van een documentaire over de films die in de buurt zijn geproduceerd. Langzaam zijn de dorpelingen begonnen met het omarmen van de films als deel van hun afkomst en identiteit.
Meer
van VICE
-

-

The Apple Watch Ultra 3, because there aren't pics of a rumored, unreleased Ultra 4 yet. – Credit: Apple -

Bruce Willis -

Nickelodeon